Noodzaak van veranderen



Om een organisatieverandering te kunnen doorvoeren vragen organisaties meer van hun mensen dan de gebruikelijke inspanning en inzet. De behoefte van mensen om graag de dingen te houden zoals ze zijn is sterk aanwezig.

Logisch, want iedere dag een andere route naar huis nemen is vermoeiend. Hoewel sommige beweren dat je iedere keer want anders ziet. Het zou kunnen maar ik wil graag snel naar huis. Het begint dus bij het begin. De noodzaak (sense of urgency) begint aan de top. Deze kan alleen aangetoond worden wanneer het onheil aan de poorten van het bedrijf staat. In een donker gewaad compleet met zeis, staat hij voor de deur. Je kan er niet meer om heen. Het management gaat dan rigoureuze maatregelen afkondigen terwijl het veranderingsproces eerder ingezet had kunnen worden.

Een voorbeeld:

Samen met de compagnons zit ik aan de vergadertafel. Het vraagstuk is: zijn we klaar voor de toekomst? Het bedrijf bouwt systemen voor de verpakkingsindustrie. In de branche staan ze bekend om hun innovatie en creativiteit. Maar in de afgelopen jaren hebben hun concurrenten ook aan kracht gewonnen. De orderportefeuille loopt langzaam leeg en de marges zijn gedaald. Op uitnodiging van de jongste compagnon, Peter, ben ik uitgenodigd om iets te vertellen wat er nodig is om te veranderen. Ik begin mijn verhaal dat veranderingen pas mogelijk zijn wanneer de compagnons het samen volledig eens zijn over het in te zetten traject en accepteert dat er geen zekerheden zijn. Ik maak de vergelijking met het begin van hun eigen bedrijf. Wisten zij hoe het zou lopen? Ze kijken elkaar aan en ik zie hen in gedachten teruggaan naar de begintijd. Wat waren toen de overtuigingen, waar geloofden ze in? 'Linksom of rechtsom, het gaat gewoon lukken.' Het innerlijk zeker weten. De andere compagnon vertelt over hun kwartaalmeetings waarin zij vooruit- en terugblikten en actieplannen maakte. 'Wanneer is dat gestopt?, vraag ik. 'Geen idee,' antwoordt een van hen. Een van de compagnons die rustig op de hoek van de tafel zit en al een tijdje niets heeft gezegd, kijkt mijn aan en zegt: 'Het pand is afbetaald, we kunnen allemaal nog boodschappen doen en we gaan 2x per jaar op vakantie. Ik zie het probleem niet.'